Lager smering: de sleutel tot maximale levensduur
Correcte smering is de meest cruciale stap voor het bereiken van de volledige gebruiksduur van een lager. Meer dan de helft (50% tot 60%) van alle vroegtijdige lageruitval wordt veroorzaakt door slechte smering of vervuiling. Door wrijving, slijtage en corrosie te verminderen, zorgt het juiste smeermiddel voor een betrouwbare werking, lagere onderhoudskosten en een langere levensduur van de apparatuur.
Vet, olie of coating: de basiskeuze
Dit is grofweg te verdelen in smering met vet, smering met olie, of, in het geval van glijlagers, een coating.
Vetsmering
Dit is de meest gebruikte methode, toegepast bij ongeveer 80% van de wentellagers. Vet bestaat uit basisolie, verdikkingsmiddel en additieven. De voordelen zijn een eenvoudige smeerinstallatie, minder lekkage en een afdichtende werking die het binnendringen van stof en vocht tegengaat. Een nadeel is dat de warmteafvoer minder goed is, waardoor de toegestane snelheid (DN-waarde) relatief laag is.
Oliesmering
Dit is de ideale oplossing voor toepassingen onder extreme omstandigheden, zoals hoge snelheden en hoge temperaturen. De circulatie van smeerolie kan intern ontstane wrijvingswarmte effectief afvoeren, wat een verkoelend effect kan hebben. Dit wordt vaak toegepast in tandwielkasten en soms lagerhuizen en koppelingen..
PTFE-coating
Glijlagers met een PTFE-coating worden door de fabrikant voorgesmeerd en zijn doorgaans onderhoudsarm, waardoor nasmering overbodig is.
De juiste smeermiddelkeuze
Het selecteren van het juiste smeermiddel is een complex proces dat gebaseerd is op de bedrijfsomstandigheden en eisen van de fabrikant.
Viscositeit en snelheid
De viscositeit van de basisolie is een doorslaggevend kenmerk.
- Hoge snelheid: Vereist een lagere viscositeit, omdat dit minder interne wrijving veroorzaakt en warmte beter afvoert, wat oververhitting helpt voorkomen.
- Zware belasting: Vereist een hogere viscositeit, omdat dit een dikkere smeerfilm vormt en zware belastingen dempt.
De DN-factor (diameter van het lager in millimeters vermenigvuldigd met het toerental in omwentelingen per minuut) geeft een essentiële indicatie van de belasting en snelheid van het lager, wat helpt bij de selectie.
Consistentie (NLGI-klasse)
De National Lubricating Grease Institute (NLGI) klasse bepaalt de consistentie of stijfheid van het vet. Deze classificatie loopt van vloeibaar (NLGI 000) tot zeer vast (NLGI 6). Standaard smeervetten vallen vaak in NLGI-klasse 2. Vastere vetten (hoger NLGI-getal) zijn een goede keuze bij bezorgdheid over lekkage en zware belastingen.
Temperatuur
Bij de selectie op basis van de werktemperatuur zijn het druppelpunt en de oxidatiestabiliteit cruciaal. De daadwerkelijke bedrijfstemperatuur van het lager moet idealiter 10 tot 20 graden Celsius onder het druppelpunt van het vet liggen. Hoge temperaturen versnellen de oxidatie van het vet, wat de levensduur verkort.
De cruciale factor: hoeveelheid
Naast de keuze van het juiste smeermiddel is de hoeveelheid essentieel. Te veel vet is schadelijk. Overvulling zorgt voor een groter wrijvingskoppel en een lineaire toename van de lagertemperatuur. Dit kan de oxidatie versnellen, de afdichtingen beschadigen en zelfs leiden tot vroegtijdige uitval.
De aanbevolen vullingsgraad wordt meestal door de fabrikant gespecificeerd, vaak tussen de 20% en 40% van de vrije interne ruimte. Voor kogellagers wordt 25% tot 35% vet vaak als meest geschikt beschouwd.
Smeermethoden en planning
Een goed nasmeerplan, gebaseerd op bedrijfsomstandigheden en smeermiddelkenmerken, is noodzakelijk. Lagers kunnen handmatig gesmeerd worden, bijvoorbeeld met een accuvetpistool, waarbij nauwkeurige dosering van cruciaal belang is om over- of ondersmering te voorkomen. Steeds vaker worden echter automatische smeersystemen ingezet. Deze systemen zorgen voor een continue, consistente en verontreinigingsvrije vettoevoer, wat de betrouwbaarheid van de machine verhoogt.